Bloeddruk Meten

Zelf uw bloeddruk meten.

Het zelf meten van de bloeddruk voorspelt het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten beter dan bij de arts of in de kliniek. Als de dokter uw bloeddruk neemt, is die vaak hoger dan bij u thuis omdat de stress een verhoogde bloeddruk veroorzaakt (witte jas hypertensie). Bovendien bevordert het de therapietrouw en vergemakkelijkt het een eventuele aanpassing van de behandeling.

Wanneer zelf de bloeddruk meten ?

Zelfbloeddrukmeting is geschikt voor bijna iedereen met een verhoogde bloeddruk.
Het wordt in het bijzonder aangeraden:

  • Om witte-jashypertensie op te sporen vooraleer een behandeling te starten bij jonge patiënten met een laag cardiovasculair risico.
  • Voor de diagnose en opvolging van hypertensie bij bejaarden omdat witte-jashypertensie vaak voorkomt en omwille van het verhoogd risico op plotse bloeddrukvermindering wanneer ze rechtstaan uit bed of wanneer ze lang gezeten hebben (orthostatische hypotensie).
  • Diabetici (strikte streefbloeddruk, frequente orthostatische hypotensie).
  • Zwangere vrouwen.
  • Bij patiënten die antihypertensieve combinatietherapie krijgen, wanneer de bloeddrukwaarden op consultatie bij de arts te hoog blijven. Thuisbloeddrukmeting wordt dan gebruikt om therapie-resistente hypertensie te onderscheiden van een witte-jaseffect.
    Thuisbloeddrukmeting wordt afgeraden in geval van fysische, visuele of cognitieve stoornissen.

Hoe meten ?

Voordat we de bloeddruk gaan meten zijn er sommige punten waar u op moet letten:

De persoon mag in het laatste half uur geen koffie, alcoholische dranken, thee, cola drinken, niet gerookt hebben en geen zware oefeningen gedaan hebben.

Meten gaat als volgt:

  • In zittende houding, arm steunend op de tafel, benen niet gekruist, voeten plat op de grond ;
  • Ontspannen, reeds minimum 5 minuten rustig, zonder te praten of te bewegen
  • Plaats de manchet op de arm met de buis tussen midden- en ringvinger. De manchet moet 1 à 2 cm verwijderd zijn van de elleboogplooi en u moet met uw vinger onder de manchet kunnen als deze geplaatst is.
  • Meestal wordt omwille van het gemak de linkerarm aangeraden. Beter is om de arm waar de hoogste bloeddruk wordt gemeten te gebruiken. 

Hoe vaak meten ?

Aanvangsfase
2 metingen ‘s morgens en 2 metingen ’s avonds (drie metingen in geval van belangrijke afwijkingen tussen de eerste twee) op vooraf bepaalde tijdstippen (tussen 6 uur en 9 uur en tussen 18 uur en 21 uur) gedurende 7 dagen. Het is aangeraden om de zelfmeting vóór de maaltijd of drie uur erna uit te voeren. Het gemiddelde van de metingen wordt als referentie gebruikt voor de opvolgperiode. De metingen van de eerste dag worden niet weerhouden bij het berekenen van het gemiddelde (bv angstverschijnsel tijdens het aanleerproces). Voor het gemiddelde worden alle geldige eerste waarden van elke meeting zonder selectie weerhouden (na uitsluiting van de eerste dag) met een minimum van 12 metingen over 7 dagen.

Behandelings- en opvolgingsfase : 

  • De metingen gebeuren volgens hetzelfde ritme als tijdens de aanvangsfase, met dien verstande dat de eerste meting moet gebeuren vóór de inname van een antihypertensivum. Wanneer het behandelingsschema wijzigt, wordt het gemiddelde van de bloeddrukwaarden, genomen over 2 weken, gebruikt om het effect van de wijziging te beoordelen.
  • Als de bloeddruk onder controle is, is het aangewezen om de zelfmeting wekelijks gedurende één dag verder te zetten. De frequentie kan verhoogd worden als men een slechte therapietrouw of een resistente hypertensie vermoedt.

Observatiefase op lange termijn: 

  •  Voor de observatie op lange termijn moet de procedure elke drie maanden gedurende één week worden herhaald.

Wanneer is uw bloeddruk te hoog ?

Normaal spreek men van een verhoogde bloeddruk vanaf 140/90 mmHG. Bij thuismeting wordt 135/85 als streefwaarde beschouwd. Lagere waarden kunnen aanbevolen worden in geval van diabetes, nierinsufficiëntie of een hoog cardiovasculair ricico (streefcijfer: 130/80).
Het is belangrijk dat u niet op eigen houtje de behandeling aanpast of op basis van een thuismeting aan zelfmedicatie begint te doen. De thuismeting van de bloeddruk kan in geen geval de conventionele metingen in de huisartsenpraktijk vervangen. Het gebruik ervan moet worden begeleid door de huisarts die centraal moet blijven in de behandeling.

 

Bloeddruk Meten